Meer weten over het Belastingplan 2027? Lees er alles over!

Belastingplan 2027: de belangrijkste fiscale wijzigingen voor ondernemers en particulieren

Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Daarin staan verschillende fiscale maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor ondernemers, werknemers, particulieren en bedrijven.

Belangrijk: het gaat op dit moment nog om voorgenomen wijzigingen. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De definitieve wetgeving kan dus nog wijzigen.

In dit artikel bespreken we de belangrijkste plannen voor natuurlijke personen, IB-ondernemers, VOF’s, BV’s, btw, Box 3 en de aangifte inkomstenbelasting.

De belangrijkste wijzigingen in het kort

De belangrijkste voorgestelde maatregelen zijn:

  • de maximale onbelaste reiskostenvergoeding stijgt mogelijk naar € 0,25 per kilometer;
  • de startersaftrek wordt in 2027 vrijwel afgeschaft;
  • de meewerkaftrek en stakingsaftrek worden waarschijnlijk beperkt;
  • de Energie-investeringsaftrek stijgt van 40% naar 45,5%;
  • het lage btw-tarief op bloemen, planten en andere sierteelt wordt mogelijk 21%;
  • de aftrek van specifieke zorgkosten wordt vanaf 2028 afgeschaft;
  • Box 3 blijft voorlopig gebaseerd op forfaitaire rendementen;
  • de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, daalt mogelijk van 8% naar 7%.

Gevolgen voor natuurlijke personen en de IB-aangifte

Hogere reiskostenvergoeding

Het kabinet stelt voor om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De voorgestelde verhoging zou met terugwerkende kracht vanaf 2026 gelden.
De wijziging is relevant voor:

  • werknemers;
  • IB-ondernemers;
  • resultaatgenieters;
  • personen die zakelijke reiskosten in hun aangifte aftrekken.

Voor werknemers betekent dit niet automatisch dat zij ook daadwerkelijk € 0,25 per kilometer ontvangen. De werkgever bepaalt of de vergoeding wordt verhoogd.

Voor ondernemers is vooral een goede kilometerregistratie belangrijk. Zonder voldoende onderbouwing kan discussie ontstaan over het zakelijke karakter van ritten.

Aftrek van specifieke zorgkosten

De aftrek van specifieke zorgkosten blijft voorlopig bestaan, maar het kabinet wil deze regeling vanaf 2028 volledig afschaffen. Dit kan gevolgen hebben voor mensen met structureel hoge zorgkosten, chronische aandoeningen of kosten die niet volledig door de zorgverzekering worden vergoed.

Omdat de aftrek onderdeel is van het verzamelinkomen, kan het vervallen ervan ook invloed hebben op toeslagen. Het kabinet wil in 2027 nog een gerichte compensatieregeling uitwerken.

Pensioenopbouw bij hogere inkomens

De maximale inkomensgrens waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd, wordt de komende zes jaar niet geïndexeerd.

Voor mensen met een inkomen boven ongeveer € 137.800 kan dit betekenen dat een steeds groter deel van hun inkomensgroei buiten de fiscale pensioenopbouw valt. Alternatieven, zoals lijfrente, vermogensopbouw in een BV of aanvullende privébeleggingen, kunnen daardoor belangrijker worden.

Gevolgen voor IB-ondernemers en VOF’s

Startersaftrek vrijwel afgeschaft

De startersaftrek wordt volgens het voorstel in 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10. Vanaf 2028 zou de regeling volledig vervallen.

Dit raakt met name:

  • startende eenmanszaken;
  • startende VOF-vennoten;
  • ondernemers die hun onderneming net hebben uitgebreid;
  • ondernemers die nog gebruik konden maken van meerdere jaren startersaftrek.

Voor starters kan het verschil in belastingdruk aanzienlijk zijn. Het is daarom belangrijk om bij nieuwe ondernemingen niet alleen naar de omzet en kosten te kijken, maar ook naar de timing van investeringen, de ureneis en de verwachte winst.

Willekeurige afschrijving voor starters

De mogelijkheid om als starter willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen wordt volgens het voorstel vanaf 2028 afgeschaft.

Voor ondernemers die in 2026 of 2027 grote investeringen overwegen, kan het daarom verstandig zijn om de investeringsplanning opnieuw te beoordelen. Daarbij moet niet alleen naar belastingbesparing worden gekeken, maar ook naar liquiditeit en de daadwerkelijke bedrijfseconomische noodzaak van de investering.

Meewerkaftrek en stakingsaftrek

De meewerkaftrek en stakingsaftrek worden naar verwachting vanaf 2027 eerst fors beperkt. Op termijn zouden deze regelingen volledig kunnen verdwijnen.

Dit is relevant bij:

  • ondernemingen waarin de partner onbetaald meewerkt;
  • bedrijfsoverdrachten binnen de familie;
  • verkoop van een eenmanszaak of VOF;
  • bedrijfsbeëindiging;
  • toetreding of uittreding van vennoten.

Bij een voorgenomen verkoop of staking is een tijdige berekening belangrijk. De fiscale gevolgen kunnen verschillen afhankelijk van de gekozen structuur en het moment waarop de onderneming wordt overgedragen.

Gevolgen voor BV’s en andere rechtspersonen

Voor BV’s zijn de wijzigingen beperkter, maar er zijn wel degelijk aandachtspunten.

Verruiming van de innovatiebox

De innovatiebox voor het mkb wordt mogelijk verruimd van € 25.000 naar € 100.000.

Dit kan interessant zijn voor ondernemingen die zelf innovatieve producten, software of productieprocessen ontwikkelen. Niet iedere nieuwe activiteit kwalificeert automatisch. Er moet sprake zijn van aantoonbare innovatie en een goede onderbouwing van de ontwikkelingsactiviteiten.

Een screening van bestaande ontwikkelactiviteiten kan daarom waardevol zijn.

Btw: bloemen, planten en sierteelt mogelijk naar 21%

Een van de meest opvallende btw-plannen is de voorgestelde verhoging van het btw-tarief op bloemen, planten, bloembollen en andere sierteeltproducten. Het huidige tarief van 9% zou vanaf 1 januari 2028 worden verhoogd naar 21%. De Tweede en Eerste Kamer moeten dit voorstel nog goedkeuren. Het is dus nog niet zeker dat de wijziging definitief doorgaat.

Wat betekent dit voor ondernemers in de bloemenbranche?

Als de wijziging wordt aangenomen, moeten ondernemers rekening houden met:

  • aangepaste btw-codes;
  • aanpassing van kassasystemen;
  • nieuwe factuurinstellingen;
  • gewijzigde verkoopprijzen;
  • gevolgen voor marges;
  • contracten en prijsafspraken;
  • communicatie richting consumenten;
  • voorraad en transacties rond de overgangsdatum.

De btw-verhoging kan bij verkoop aan consumenten leiden tot een prijsstijging van maximaal ongeveer 11%. Ondernemers zullen moeten bepalen of zij deze verhoging doorberekenen of gedeeltelijk voor eigen rekening nemen.

Voor zakelijke klanten is de btw meestal aftrekbaar. Voor consumenten en vrijgestelde ondernemers is de verhoging een directe kostenstijging.

Box 3: voorlopig nog geen nieuw stelsel

Veel mensen wachten op duidelijkheid over de toekomstige heffing over werkelijk rendement in Box 3. Die duidelijkheid is er na Prinsjesdag nog niet volledig. Voor 2027 blijft voorlopig het bestaande systeem gelden met forfaitaire rendementen en de mogelijkheid van tegenbewijs. Het Box 3-tarief blijft naar verwachting 36%. Het heffingsvrije vermogen wordt volgens de huidige cijfers € 60.098 per persoon.

Voor 2027 wordt voorlopig uitgegaan van:

  • ongeveer 1,27% rendement op spaargeld;
  • ongeveer 6,37% rendement op overige bezittingen;
  • ongeveer 2,85% rendement op schulden.

De definitieve percentages kunnen nog worden vastgesteld.

Wat betekent dit voor vermogende particulieren?

Bij beleggingen, verhuurde woningen en andere bezittingen kan het forfaitaire rendement hoger zijn dan het werkelijke rendement. In dat geval kan het belangrijk zijn om het werkelijke rendement goed te documenteren en te beoordelen of een beroep op de tegenbewijsregeling mogelijk is.

Denk daarbij aan:

  • bank- en beleggingssaldi;
  • ontvangen rente en dividend;
  • huurinkomsten;
  • waardeveranderingen;
  • kosten en schulden;
  • de waarde van vastgoed op de peildatum.

Voor grotere vermogens kan daarnaast een vergelijking worden gemaakt tussen aanhouden en beleggen in privé of via een BV. Een BV is niet automatisch voordeliger. De uitkomst hangt af van het rendement, de kosten, de behoefte aan privé-opnames, de vennootschapsbelasting en de latere belasting in Box 2.

Overdrachtsbelasting voor niet-eigen woningen

Het kabinet stelt voor om de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt te verlagen van 8% naar 7%.

Dit kan relevant zijn voor:

  • verhuurwoningen;
  • tweede woningen;
  • recreatiewoningen;
  • woningen die als belegging worden gekocht.

De maatregel kan de aankoopkosten verlagen, maar de totale investering blijft afhankelijk van onder andere de financieringsrente, huurregulering, onderhoud, Box 3 en de toekomstige verkoopwaarde.

Een lagere overdrachtsbelasting maakt een investering dus niet automatisch aantrekkelijk.

Wat betekent dit voor jouw aangifte?

De komende aangiften vragen extra aandacht voor:

  • reiskosten en kilometerregistraties;
  • Box 3 en werkelijk rendement;
  • zorgkosten;
  • ondernemersaftrekken;
  • investeringen;
  • staking of overdracht van een onderneming;
  • toeslagen en het verzamelinkomen.

Omdat verschillende regelingen tegelijk veranderen, is het belangrijk om niet alleen naar de aangifte van één jaar te kijken. Een beslissing in 2026 kan gevolgen hebben voor meerdere toekomstige belastingjaren.

Wat kun je nu al doen?

Hoewel de voorstellen nog niet definitief zijn, kun je al wel voorbereidingen treffen:

  1. Breng investeringen voor 2026 en 2027 in kaart.
  2. Controleer de kilometerregistratie van ondernemers en werknemers.
  3. Bespreek voorgenomen bedrijfsbeëindigingen of bedrijfsoverdrachten tijdig.
  4. Leg rendementen en kosten binnen Box 3 goed vast.
  5. Controleer bij bloemen- en sierteeltbedrijven de btw-inrichting en marges.
  6. Beoordeel of innovatieve activiteiten mogelijk in aanmerking komen voor de innovatiebox.
  7. Vergelijk bij grotere vermogens privébeleggen met beleggen via een BV.

Onze conclusie

De plannen van Prinsjesdag 2026 bevatten vooral maatregelen die de fiscale planning en administratie complexer maken. Ondernemersfaciliteiten worden verder beperkt, het lage btw-tarief voor sierteelt staat ter discussie en Box 3 blijft voorlopig onzeker. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen: “Hoeveel belasting moet ik betalen?”, maar vooral: “Welke keuzes moet ik nu maken om goed voorbereid te zijn?”

Wij helpen ondernemers en particulieren met het beoordelen van de gevolgen voor hun administratie, aangifte, onderneming en vermogensstructuur.

Fiscale quickscan

Wil je weten wat de plannen concreet betekenen voor jouw situatie? Neem dan contact met ons op voor een fiscale quickscan.