Meer weten over het Belastingplan 2027? Lees er alles over!
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Daarin staan verschillende fiscale maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor ondernemers, werknemers, particulieren en bedrijven.
Belangrijk: het gaat op dit moment nog om voorgenomen wijzigingen. De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De definitieve wetgeving kan dus nog wijzigen.
In dit artikel bespreken we de belangrijkste plannen voor natuurlijke personen, IB-ondernemers, VOF’s, BV’s, btw, Box 3 en de aangifte inkomstenbelasting.
De belangrijkste voorgestelde maatregelen zijn:
Het kabinet stelt voor om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De voorgestelde verhoging zou met terugwerkende kracht vanaf 2026 gelden.
De wijziging is relevant voor:
Voor werknemers betekent dit niet automatisch dat zij ook daadwerkelijk € 0,25 per kilometer ontvangen. De werkgever bepaalt of de vergoeding wordt verhoogd.
Voor ondernemers is vooral een goede kilometerregistratie belangrijk. Zonder voldoende onderbouwing kan discussie ontstaan over het zakelijke karakter van ritten.
De aftrek van specifieke zorgkosten blijft voorlopig bestaan, maar het kabinet wil deze regeling vanaf 2028 volledig afschaffen. Dit kan gevolgen hebben voor mensen met structureel hoge zorgkosten, chronische aandoeningen of kosten die niet volledig door de zorgverzekering worden vergoed.
Omdat de aftrek onderdeel is van het verzamelinkomen, kan het vervallen ervan ook invloed hebben op toeslagen. Het kabinet wil in 2027 nog een gerichte compensatieregeling uitwerken.
De maximale inkomensgrens waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd, wordt de komende zes jaar niet geïndexeerd.
Voor mensen met een inkomen boven ongeveer € 137.800 kan dit betekenen dat een steeds groter deel van hun inkomensgroei buiten de fiscale pensioenopbouw valt. Alternatieven, zoals lijfrente, vermogensopbouw in een BV of aanvullende privébeleggingen, kunnen daardoor belangrijker worden.
De startersaftrek wordt volgens het voorstel in 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10. Vanaf 2028 zou de regeling volledig vervallen.
Dit raakt met name:
Voor starters kan het verschil in belastingdruk aanzienlijk zijn. Het is daarom belangrijk om bij nieuwe ondernemingen niet alleen naar de omzet en kosten te kijken, maar ook naar de timing van investeringen, de ureneis en de verwachte winst.
De mogelijkheid om als starter willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen wordt volgens het voorstel vanaf 2028 afgeschaft.
Voor ondernemers die in 2026 of 2027 grote investeringen overwegen, kan het daarom verstandig zijn om de investeringsplanning opnieuw te beoordelen. Daarbij moet niet alleen naar belastingbesparing worden gekeken, maar ook naar liquiditeit en de daadwerkelijke bedrijfseconomische noodzaak van de investering.
De meewerkaftrek en stakingsaftrek worden naar verwachting vanaf 2027 eerst fors beperkt. Op termijn zouden deze regelingen volledig kunnen verdwijnen.
Dit is relevant bij:
Bij een voorgenomen verkoop of staking is een tijdige berekening belangrijk. De fiscale gevolgen kunnen verschillen afhankelijk van de gekozen structuur en het moment waarop de onderneming wordt overgedragen.
Voor BV’s zijn de wijzigingen beperkter, maar er zijn wel degelijk aandachtspunten.
De innovatiebox voor het mkb wordt mogelijk verruimd van € 25.000 naar € 100.000.
Dit kan interessant zijn voor ondernemingen die zelf innovatieve producten, software of productieprocessen ontwikkelen. Niet iedere nieuwe activiteit kwalificeert automatisch. Er moet sprake zijn van aantoonbare innovatie en een goede onderbouwing van de ontwikkelingsactiviteiten.
Een screening van bestaande ontwikkelactiviteiten kan daarom waardevol zijn.
Een van de meest opvallende btw-plannen is de voorgestelde verhoging van het btw-tarief op bloemen, planten, bloembollen en andere sierteeltproducten. Het huidige tarief van 9% zou vanaf 1 januari 2028 worden verhoogd naar 21%. De Tweede en Eerste Kamer moeten dit voorstel nog goedkeuren. Het is dus nog niet zeker dat de wijziging definitief doorgaat.
Wat betekent dit voor ondernemers in de bloemenbranche?
Als de wijziging wordt aangenomen, moeten ondernemers rekening houden met:
De btw-verhoging kan bij verkoop aan consumenten leiden tot een prijsstijging van maximaal ongeveer 11%. Ondernemers zullen moeten bepalen of zij deze verhoging doorberekenen of gedeeltelijk voor eigen rekening nemen.
Voor zakelijke klanten is de btw meestal aftrekbaar. Voor consumenten en vrijgestelde ondernemers is de verhoging een directe kostenstijging.
Veel mensen wachten op duidelijkheid over de toekomstige heffing over werkelijk rendement in Box 3. Die duidelijkheid is er na Prinsjesdag nog niet volledig. Voor 2027 blijft voorlopig het bestaande systeem gelden met forfaitaire rendementen en de mogelijkheid van tegenbewijs. Het Box 3-tarief blijft naar verwachting 36%. Het heffingsvrije vermogen wordt volgens de huidige cijfers € 60.098 per persoon.
Voor 2027 wordt voorlopig uitgegaan van:
De definitieve percentages kunnen nog worden vastgesteld.
Wat betekent dit voor vermogende particulieren?
Bij beleggingen, verhuurde woningen en andere bezittingen kan het forfaitaire rendement hoger zijn dan het werkelijke rendement. In dat geval kan het belangrijk zijn om het werkelijke rendement goed te documenteren en te beoordelen of een beroep op de tegenbewijsregeling mogelijk is.
Denk daarbij aan:
Voor grotere vermogens kan daarnaast een vergelijking worden gemaakt tussen aanhouden en beleggen in privé of via een BV. Een BV is niet automatisch voordeliger. De uitkomst hangt af van het rendement, de kosten, de behoefte aan privé-opnames, de vennootschapsbelasting en de latere belasting in Box 2.
Het kabinet stelt voor om de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt te verlagen van 8% naar 7%.
Dit kan relevant zijn voor:
De maatregel kan de aankoopkosten verlagen, maar de totale investering blijft afhankelijk van onder andere de financieringsrente, huurregulering, onderhoud, Box 3 en de toekomstige verkoopwaarde.
Een lagere overdrachtsbelasting maakt een investering dus niet automatisch aantrekkelijk.
De komende aangiften vragen extra aandacht voor:
Omdat verschillende regelingen tegelijk veranderen, is het belangrijk om niet alleen naar de aangifte van één jaar te kijken. Een beslissing in 2026 kan gevolgen hebben voor meerdere toekomstige belastingjaren.
Hoewel de voorstellen nog niet definitief zijn, kun je al wel voorbereidingen treffen:
De plannen van Prinsjesdag 2026 bevatten vooral maatregelen die de fiscale planning en administratie complexer maken. Ondernemersfaciliteiten worden verder beperkt, het lage btw-tarief voor sierteelt staat ter discussie en Box 3 blijft voorlopig onzeker. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen: “Hoeveel belasting moet ik betalen?”, maar vooral: “Welke keuzes moet ik nu maken om goed voorbereid te zijn?”
Wij helpen ondernemers en particulieren met het beoordelen van de gevolgen voor hun administratie, aangifte, onderneming en vermogensstructuur.
Wil je weten wat de plannen concreet betekenen voor jouw situatie? Neem dan contact met ons op voor een fiscale quickscan.